Nature today

De fluiter is een van die hele kleine, beweeglijke vogeltjes die hoog in de bomen actief zijn. Als je geen specialist bent, kan je ze op uiterlijk niet zomaar op naam brengen. De fluiter lijkt bijvoorbeeld heel sterk op tjiftjaf en fitis, maar is geler. Gelukkig hebben al die kleine vogeltjes een heel eigen geluid waardoor je ze gemakkelijker kunt onderscheiden. Tel daarbij het biotoop, de omgeving, waarin ze voorkomen bij op en je weet het. De fluiter zit meestal in een oud bos, vooral beukenbos is geliefd. Op dit moment komen ze terug uit Afrika. Hoe is het mogelijk dat zo’n klein beestje, ze wegen amper tien gram – twee suikerklontjes – zo’n reis kan maken! Het geluid van de fluiter begint met enkele heldere fluittonen en daarna komt er ineens een waterval van een triller, als een knikker op een glasplaat die uitdooft met een ‘tjirrrrrrr’. Of dit een beschrijving is waar je als lezer iets mee kan? Als je het een keer gehoord hebt, dan herken je het. Op naar een oud loofbos!

Lieveheersbeestjes

Lieveheersbeestjes behoren tot de bekendste en populairste insecten van Nederland. Ze zijn kleurrijk, doen niemand kwaad en helpen je tuin te beschermen tegen bladluizen.
Bijna iedereen kan een lieveheersbeestje herkennen, maar er zijn er maar weinigen die ook de verschillende soorten uit elkaar kunnen houden. Op het eerste gezicht lijkt het niet moeilijk, een beetje kleurtjes kijken en wat stippen tellen. Iedereen die zich er iets meer in verdiept weet dat het niet zo simpel is. Het lastige van lieveheersbeestjes is dat ze variabel zijn en dat meerdere soorten geheel verschillende kleurvormen hebben. Het meest flagrante voorbeeld daarvan is het Aziatisch lieveheersbeestje, waarbij de drie belangrijkste kleurvormen er geheel verschillend uitzien. Paringen tussen twee verschillende kleurvormen lijken daardoor op een intiem samenkomen van twee verschillende soorten.

.

De sluipwesp

Sluipwespen zijn fantastische dieren! Ze zijn heel slank, met een echte ‘wespentaille’. De vrouwtjes hebben vaak een zeer lange legboor, die eruitziet als een enorme angel. Maar geen paniek, steken kunnen ze niet. Sluipwespen hebben een nogal wrede vorm van voortplanting. Met de legboor boort het vrouwtje door hout heen, om in de larve van een ander insect, een rups, een eitje te leggen. De larve van de sluipwesp eet vervolgens de gastheer van binnenuit langzaam op. Eerst eet hij de minder vitale delen. Tegen de tijd dat hij kan verpoppen tot een volwassen insect komen de vitale delen aan de beurt. Het zal maar in je gebeuren! Daarna wordt er een nieuwe sluipwesp geboren. Op de foto staat een algemeen voorkomende sluipwesp met alleen een wetenschappelijke naam: Ophion scutellaris. De meeste sluipwespen zijn zwart met rood, maar deze is alleen rood. Bovendien heeft hij een paar enorme antennes, bijzonder. In deze tijd van het jaar zijn ze heel actief, dus de kans dat je er nu een tegenkomt is groot.

De zandhagedis

De mannetjes van de zandhagedis zijn na hun winterslaap twee keer verveld. Wanneer dat gebeurd is, ongeveer nu, zijn ze op hun allermooist. Hun groene kleur valt op en maakt indruk op de vrouwtjes. Rond deze tijd van het jaar worden veel van deze zandhagedismannetjes gezien. Ze zijn op zoek naar vrouwtjes. Als ze daarbij een ander mannetje tegenkomen, vechten ze tot één van de twee zich overgeeft. Vaak winnen oudere mannetjes. Deze hebben het recht om met een vrouwtje te paren. Dat vrouwtje is haar partner een paar dagen na de paring echter alweer vergeten; vruchtbare vrouwtjes paren met meerdere mannen, om zo de overlevingskans van haar eieren te vergroten.

 

Een lief vogeltje?

De Roodborst lijkt zo’n lief vogeltje, dat je dag opvrolijkt wanneer je hem in de tuin ziet zitten. Schijn bedriegt: dit lief lijkende vogeltje is ontzettend agressief tegen soortgenoten. Hij hecht grote waarde aan zijn eigen territorium en wil dit met geen enkele andere roodborst delen. Toch zullen roodborstjes de komende tijd iets flexibeler moeten zijn. De broedperiode is begonnen en man en vrouw roodborst moeten samenwerken om jonge roodborstjes te maken en groot te brengen. Tot in juli delen de roodborsten een territorium. Kijk niet raar op als je alsnog pittige roodborstruzies ziet: zelfs in de broedperiode hebben roodborsten het liefst hun eigen leefgebied.

Het is je misschien al opgevallen dat het paarseizoen van de Wilde eend is begonnen. Mannetjes jagen in de sloot achter vrouwtjes aan. Dat gaat er soms hardhandig aan toe. Op dit moment beginnen de eerste vrouwtjes met eieren leggen. Over een kleine maand kunnen we dus de eerste schattige wilde eendenkuikentjes verwachten. Wist je dat het beter is voor eenden om ze geen brood te voeren? Hiermee vullen ze wel hun buik, maar lopen ze belangrijke voedingsstoffen mis. Als je gezellig eenden wil voeren, kun je beter doperwten, mais  of ander graan kiezen. Leuk voor jezelf én voor de eenden!

De gaffelwaterjuffer

De gaffelwaterjuffer is een klein juffertje, kleiner dan de algemene azuurwaterjuffer waar hij vaak samen mee voorkomt. Daarom heet hij in het Engels ook Dainty Damselfly, delicate of sierlijke waterjuffer. De segmenten drie tot en met vijf van zijn achterlijf zijn voor de helft zwart, en segment zes en zeven zijn helemaal zwart. Het voorste stuk van het achterlijf lijkt dan ook op de azuurwaterjuffer, maar de achterste helft is veel donkerder, meer zoals bij de zeldzame maanwaterjuffer. Deze combinatie van vooraan veel blauw en achteraan zwart met een blauw ‘achterlichtje’ is binnen Nederland uniek. De naam van de gaffelwaterjuffer wijst op de gaffel- of stemvorkachtige tekening op segment twee, vlak achter het borststuk. Dit is van dichtbij een goed kenmerk, net als de witte pootjes en het lange pterostigma (vlekje bovenaan de vleugels). De laatste twee kenmerken zijn ook bruikbaar voor de vrouwtjes die vaak erg bontgekleurd zijn met (voor een vrouwtje dan) veel blauw. Gaffelwaterjuffer was altijd een soort die je op vakantie tegenkwam. In grote delen van Frankrijk was hij niet zeldzaam en in het zuiden van Europa is hij op veel plekken te vinden, al is het voorkomen nogal versnipperd. De juffer stelt geen bijzondere eisen aan de habitat. Gaffelwaterjuffers willen zonnig stilstaand of langzaam stromend water met veel waterplanten zoals vederkruiden en hoornblad. Dat kan zelfs een dichtbegroeide, voedselrijke veedrinkpoel zijn. Sinds 1990 hebben Gaffelwaterjuffers zich in Noord-Frankrijk uitgebreid en via België uiteindelijk Nederland gekoloniseerd. Poelen met veel waterplanten waren er al voldoende, dus het is waarschijnlijk dat de uitbreiding naar het noorden vooral een gevolg is van klimaatverandering. Op dit moment is de gaffelwaterjuffer al redelijk wijdverspreid ten zuiden van de lijn Rotterdam-Nijmegen met enkele waarnemingen noordelijker. Het is waarschijnlijk dat ze nog algemener worden en zich de komende jaren verder naar het noorden uitbreiden. Het is dus zeker een soort om alert op te zijn, want hij kan zomaar opduiken. Al worden de blauwe juffertjes wel iets lastiger, maar dat vinden wij niet erg. De Engelsen hebben namelijk gelijk: het is een heel sierlijk juffertje!